Binnen 15 maanden weduwnaar en wees

“Met John. Zou je langs willen komen om mijn uitvaart te bespreken, samen met mijn man Evert?”

Een paar dagen later loop ik een huis binnen dat meer weg heeft van een galerie dan van een woonkamer. In de gang: schilderijen, eigen werk, kunststukken die iets vertellen zonder woorden. John ontvangt me. Evert schuift aan. Wat volgt is een gesprek: heel open over het leven, over plekken waar ze samen gewoond hebben, hier en daar wat toelichting van John over zijn schilderen en andere kunstwerken, uiteraard ook over hoe het afscheid van John eruit gaat zien. Ik voel erg de ruimte, om aan te sluiten bij wat John en Evert zelf al bedacht hebben en om hen goed mee te nemen in de mogelijkheden maar daarbij ook te benoemen wat de voors en tegens zijn.

Enige tijd later is het zover. In de aula van het crematorium staat Johns kist, en daarnaast: zijn schilderijen. Het licht van buiten schijnt door het raam van glas in lood. Op zijn kist liggen bloemen, mede vormgegeven door een oud-cursiste van John, toevallig ook de oud-eigenaresse van onze vaste bloemist. De ceremonie is persoonlijk, met zorgvuldig gekozen muziek en mooie woorden. Daarna een nazit die, ondanks het verdriet, warm en bijna vertrouwd aanvoelt, een weerzien voor veel bekenden.

Een paar maanden later ben ik heel even in een tapasrestaurant om een vriendin gedag te zeggen. Ik ben nog niet goed en wel binnen of mijn telefoon gaat.

Evert.

“Kun je ook een uitvaart in Hulst verzorgen? Mijn moeder komt binnenkort te overlijden.”

Ik hoor mezelf nog antwoorden: “Ja hoor. We verzorgen zelfs uitvaarten in België, eventueel met een Belgische collega ter plaatse.”

De volgende dag kijk ik op de kaart. Hulst… wacht eens even. Dat ligt gewoon in Nederland. Wel helemaal aan de andere kant van het land. Ik zie mezelf al rijden, door wind en regen, met een planning vol vraagtekens.

Tijdens het voorgesprek wordt het helder. Evert glimlacht bijna om mijn vergissing. “Hulst is nog in Nederland, Jurgen. Wel een heel eind. Wij rijden meestal via Brabant en de Westerscheldetunnel. Maar via Antwerpen kan ook.” We nemen de wensen door: een ceremonie in de basiliek van Hulst, gevolgd door een stille crematie in Terneuzen.

Korte tijd later overlijdt zijn moeder. We bereiden alles voor. Een week daarna rijden we in stoet vanuit Velp, waar zijn ouders in een zorgcentrum verbleven, naar Hulst. Daar hebben ze lang gewoond. Evert is er opgegroeid. Je voelt aan alles: dit is niet zomaar een locatie. Dit is thuiskomen, voor Evert, zijn vader, maar ook zijn moeder is weer terug in Hulst.

Bij binnenkomst klinkt orgelspel. Een dienst volgt waarin katholieke rituelen en persoonlijke verhalen elkaar afwisselen. Evert en familieleden spreken. Muziek vult het karakteristieke kerkgebouw. En dan klinkt, met een volume dat je niet verwacht in een basiliek: “The Sound of Silence”, uitgevoerd door Disturbed. Voor mij is het een moment van bezinning en besef. Wat heb ik toch een mooi en bijzonder vak, maar ook eervol hiervoor gevraagd te worden.

In de voorbereidingen hebben Evert en ik ook bewust stilgestaan bij de aanwezigheid van zijn vader: de echtgenoot van mevrouw. Hoogbejaard, kwetsbaar, maar vastberaden. Hij móést erbij zijn. En hij wás erbij.

Na de ceremonie ontstaat bijna vanzelf de gang naar de condoleancelocatie aan het plein: de rouwauto voorop, gevolgd door Evert, zijn vader, familie, vrienden en genodigden. Bij Het Bonte Hert begeleid ik iedereen naar binnen. Daarna neem ik afscheid. Samen met de rouwautochauffeur brengen we mevrouw naar het crematorium. Vervolgens de terugrit. We praten wat over de dag en andere bezigheden en zijn stil. Een bijzondere dag: mooi en sfeervol, maar ook intens.

Evert zie ik daarna nog regelmatig. Vaak in het voorbijgaan. Hij wandelend met zijn hond Riva, ik met onze hond Joep en met krant en koffie bij het café bij hem om de hoek, mijn rustmoment.

Totdat mijn telefoon weer gaat.

“We mogen weer, Jurgen.”

Maanden na de uitvaart van zijn moeder is zijn vader overleden.

We kijken samen terug op het afscheid van zijn moeder, ook omdat de uitvaart van zijn vader qua opzet deels hetzelfde zal zijn: dezelfde plekken, dezelfde route. Maar met een invulling die past bij hém. In het bloemstuk op de uitvaartmand verwerkt de bloemist een tak eigen hulst uit Everts tuin.

We rijden opnieuw vanuit Velp richting Brabant met de rouwstoet. Onderweg stoppen we weer even: benen strekken, maar ook om familie en vrienden te laten aansluiten. Samen verder, in stoet, om meneer terug te brengen naar Hulst.

Aangekomen bij de basiliek denk ik, na die lange rit: hoe bijzonder het is dat iemand op deze manier terug mag komen naar een plek waar hij, net als zijn vrouw, zoveel voor de gemeenschap heeft betekend, ieder op een eigen wijze. De afscheidsbijeenkomst, het samenzijn bij Het Bonte Hert, en daarna breng ik ook meneer samen met dezelfde rouwautochauffeur naar het crematorium.

In het nagesprek zegt Evert: “Een tien met een griffel.” Dat hebben we toch maar weer mooi samen gedaan.

Evert, dank je wel voor je vertrouwen. Het was voor mij bijzonder om je drie keer bij te staan, en samen met jou het afscheid te verzorgen van de mensen die jou het meest nabij zijn.

Meer informatie over Jurgen Theunissen Uitvaartzorg